Zo gebruik je het
- Vul de eerste breuk in, bijvoorbeeld 1 1/2, kies optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of delen en vul de tweede breuk in.
- Lees het antwoord af als breuk, gemengd getal, exact decimaal getal en percentage.
- Volg de genummerde stappen eronder om te zien hoe het antwoord tot stand kwam, of schakel naar “Som” of “Vereenvoudigen / omrekenen”.
Opties uitgelegd
- Invoerformaat
- Schrijf breuken als 3/4 en gemengde getallen met een spatie als 1 1/2; decimale getallen worden omgezet, dus 0,25 wordt 1/4.
- Vereenvoudigen
- Uitkomsten worden gedeeld door de grootste gemene deler, met een positieve noemer.
- Som
- Typ een hele berekening zoals 1/2 + 3/4 × (2 − 1 1/3). Vermenigvuldigen en delen gaan voor optellen en aftrekken, haakjes eerst.
- Repeterende decimalen
- Zet het repeterende deel tussen haakjes: 0,(3) is 1/3 en 0,1(6) is 1/6. Uitkomsten tonen het exacte decimale getal op dezelfde manier, dus 1/7 = 0,(142857).
Voorbeelden
| Som | Uitkomst | Gemengd getal | Decimaal |
|---|---|---|---|
| 1/2 + 1/3 | 5/6 | 5/6 | 0,833333 |
| 1 1/2 + 3/4 | 9/4 | 2 1/4 | 2,25 |
| 2/3 × 9/4 | 3/2 | 1 1/2 | 1,5 |
| 1/2 ÷ 1/4 | 2 | 2 | 2 |
Uitgewerkte voorbeelden
| Opgave | Antwoord | Gemengd getal | Decimaal |
|---|---|---|---|
| 1/2 + 1/3 | 5/6 | — | 0,8333… |
| 3/4 − 1/6 | 7/12 | — | 0,5833… |
| 7/8 − 1/4 | 5/8 | — | 0,625 |
| 2/3 × 3/8 | 1/4 | — | 0,25 |
| 5/6 ÷ 2/3 | 5/4 | 1 1/4 | 1,25 |
| 1 1/2 + 2 3/4 | 17/4 | 4 1/4 | 4,25 |
Hoe elke bewerking werkt
Optellen en aftrekken. Schrijf beide breuken met een gemeenschappelijke noemer en tel de tellers op of trek ze af: 1/2 + 1/3 = 3/6 + 2/6 = 5/6.
Vermenigvuldigen. Vermenigvuldig de tellers en de noemers en vereenvoudig daarna: 2/3 × 3/8 = 6/24 = 1/4.
Delen. Draai de tweede breuk om en vermenigvuldig: 5/6 ÷ 2/3 = 5/6 × 3/2 = 15/12 = 5/4.
Gemengde getallen. Typ ze met een spatie, zoals 1 1/2. Ze worden eerst omgezet in onechte breuken (1 1/2 = 3/2), dus 1 1/2 + 2 3/4 = 3/2 + 11/4 = 17/4 = 4 1/4.
Veelgestelde vragen
Hoe deel je breuken?
Vermenigvuldig met het omgekeerde: 1/2 ÷ 1/4 = 1/2 × 4/1 = 2.
Is het ook bij grote getallen exact?
Ja. Er wordt met exacte gehele getallen gerekend, dus er is geen afrondingsfout.
Kan ik met meer dan twee breuken rekenen?
Ja. Schakel naar “Som” en typ de hele berekening, bijvoorbeeld 1/2 + 1/3 + 1/6, zo nodig met haakjes.
Hoe zet ik een decimaal getal om in een breuk?
Schakel naar “Vereenvoudigen / omrekenen” en typ het decimale getal. 0,375 wordt 375/1000 = 3/8; schrijf bij een repeterend getal de herhalende cijfers tussen haakjes, zoals 0,(6) voor 2/3.
Privacy
Deze tool draait volledig in je browser. Je bestanden en tekst worden op je eigen apparaat verwerkt en nooit naar onze servers geüpload.